Onderwijsaanbod SK

Gesubsidieerde Vrije Lagere School

voor Buitengewoon Onderwijs

Sint-Jozef afdeling Stropkaai

 

Onderwijsaanbod

Voor wie?

 

Deze lagere school voor “buitengewoon onderwijs type 2” richt zich naar kinderen (jongens en meisjes) met een matige of ernstige mentale handicap, eventueel met bijkomende stoornissen zoals autisme, karakterstoornissen, motorische stoornissen.

 

Er komen meisjes en jongens die tussen 6 en 13 jaar oud zijn.

 

De leerlingen van de lagere school kunnen genieten van de omkadering van het Multifunctioneel Centrum (MFC).

 

De lagere school en het internaat/semi-internaat van het MFC Sint-Jozef zijn nauw met elkaar verbonden. Er is een intense samenwerking tussen het personeel van het centrum en dit van de school. Er is regelmatig overleg tussen de verschillende medewerkers van de school en het internaat/semi-internaat en trimestrieel zijn er klassenraden waarop de leerlingen worden besproken.

 

 

Directie

 

 

Directeur

 

Steven Van Heesvelde (tel 0479/63 69 17)

steven.van heesvelde@fracarita.org

 

Campusdirecteur Stropkaai

 

Myriam Versigghel (tel 0472/89 31 06)

myriam.versigghel@fracarita.org

 

Hoe is onze school georganiseerd?

Hoe spelen we in op de noden van elk kind?

De kinderen worden volgens hun ontwikkelingsniveau verdeeld in groepen.

In de klas wordt elk kind zoveel mogelijk individueel benaderd.

 

 

 

DE DOLFIJNEN

 

Deze klas is bedoeld voor kinderen met een basaal ontwikkelingsniveau en eventueel autisme of aanverwante stoornissen.

Communicatie gebeurt met foto’s, SMOG (spreken met ondersteuning van gebaren) of eenvoudige taal.

We bieden structuur aan door een strikte indeling van de klasruimte, een vaste dagindeling, gestructureerde activiteiten en spelmomenten. Alles wordt zoveel mogelijk visueel voorgesteld.

Er wordt veel individueel gewerkt aan sensopatische activiteiten, communicatie, zinvolle vrijetijdsbesteding en zelfredzaamheid.

Er zijn ook veel creatieve activiteiten (knutselen, muziek) en bewegingsactiviteiten (fietsen, zwemmen, springkussen, psychomotoriek, dansen, paardrijden, wandelen).

 

 

 

DE ZEESTERREN

 

Deze klas is bedoeld voor kinderen die nood hebben aan een gestructureerde omgeving en veel individuele begeleiding.

Het aanleren van een goede werkhouding, het ontwikkelingsgericht werken, voorbereidend lezen, rekenen en schrijven afwisselend met functionele, motorische en creatieve activiteiten staan centraal in de klas.

Er is veel aandacht voor het aanleren van sociale vaardigheden en emotionele ontwikkeling en voor functionele activiteiten zoals winkelen, koken, persoonlijke verzorging en huishoudelijke taken.

Deze activiteiten worden tijdens de individuele werkmomenten en tijdens groepsmomenten aangeboden. Bij alles is structuur en afwisseling belangrijk. Uiteraard krijgen de kinderen ook nog de tijd om te spelen.

 

 

HET ZANDKASTEEL

 

In deze klas wordt er vooral ontwikkelingsgericht gewerkt aan een aantal basisvaardigheden op gebied van taal, sensomotoriek, fijne motoriek en zelfstandigheid.

Voor hen die het aankunnen wordt er ook gestart met aanvankelijk lezen en schrijven en rekenen.

Er is ook aandacht voor functionele activiteiten zoals winkelen, koken, persoonlijke verzorging en huishoudelijke taken.

Op motorisch gebied gaan de kinderen zwemmen, paardrijden, turnen, fietsen en naar het luchtkussen, zij krijgen ook schrijfdans en sherborne.

Zij zijn ook creatief bezig : knutselen, muziek en expressie.

Uiteraard is er ook veel aandacht voor spelen : met allerlei speelgoed leren omgaan, leren samen spelen, gezelschapsspelletjes, computer, puzzelen.

 

 

DE DUIKBOOT EN DE ZEELEEUWEN

 

In deze klassen wordt er gewerkt aan de cognitieve vaardigheden op ieders niveau.

Daarnaast werken we ook aan de zelfstandigheid : winkelen, koken, huishoudelijke taken, hygiëne, … De leerstof is praktisch, functioneel en wordt zoveel mogelijk ontleend aan de omgeving van het kind.

Regelmatig gaan we op uitstap. Zodoende leren wij ons te verplaatsen in het verkeer en te gedragen in het openbaar. Voorbeelden van uitstappen zijn : de boerderij, de bibliotheek, de post, het ziekenhuis, de markt, de stad, …

Na deze rechtstreekse ervaring wordt de leerstof verwerkt in de taallessen en werolessen. We besteden ook aandacht aan de woordenschat om de communicatie te bevorderen. Tevens brengen we de leerlingen een symbool- en tekenbewustzijn bij.

Ook het maatschappelijk rekenen en lezen staan op het programma. Het werken met geld, tellen van voorwerpen, omgaan met getallen, lezen van pictogrammen, kloklezen en het lezen van de kalender, … komen aan bod.

Ter kennismaking met mogelijke toekomstige hobby’s leren we turnen, zwemmen, knutselen, schaatsen en paardrijden.

 

 

 

 

 

 

ZORGVRAAG

 

Door met elkaar bezig te zijn in vertrouwen komt er een relatie met de leerlingen tot stand die in onze school de voornaamste prioriteit vormt.

Vanuit de relatie tussen de kinderen en jongeren en hun leerkrachten kan gewerkt worden aan de hulpvraag die door het kind met een mentale beperking gesteld wordt. Elke hulpvraag is specifiek.

Met alle betrokkenen (leerkrachten, CLB-consulenten, directie, …) wordt regelmatig nagegaan (door overleg in de klassenraden) of we nog een goed antwoord bieden binnen onze werking.

Afhankelijk van de hulpvraag worden de leerlingen geplaatst in dié klasgroep die voor hen de meeste kansen biedt om te komen tot een zo groot mogelijke graad van ontwikkeling op weg naar een zo groot mogelijke graad van zelfstandigheid.

 

 

 

KLASSENRAAD

 

In het begin van het schooljaar wordt per klas een groepswerkplan en per kind een individueel handelingsplan opgesteld. Niet alleen de klasleerkracht is hierbij betrokken maar ook het CLB, de therapeuten, de orthopedagogen en de ouders. In de loop van het schooljaar worden aan de hand van de observaties en de prestaties van de kinderen het handelingsplan bijgestuurd.

In het tweede trimester krijgen de kinderen die overgaan naar het BuSO bijzondere aandacht in de klassenraad.

Van de andere leerlingen wordt in het derde trimester een eindevaluatie opgesteld.

 

 

 

ONDERWIJSAANBOD

 

In het buitengewoon onderwijs wordt er niet gewerkt met eindtermen maar met ontwikkelingsdoelen. Dit is een inventaris van alle mogelijke doelen waaruit een school voor een leerling kan kiezen.

Uit deze doelen wordt een keuze gemaakt voor het groepswerkplan (per klas) maar vooral voor het individueel handelingsplan (per kind).

Dit individueel handelingsplan wordt opgemaakt door een team van alle medewerkers die betrokken zijn bij het onderwijs en de opvoeding van het kind.

De ontwikkelingdoelen omvatten volgende leergebieden :

taal en communicatie

leren leren

motorische ontwikkeling en lichamelijke opvoeding

sociale en emotionele ontwikkeling

muzische vorming

wereldoriëntatie

wiskunde : functioneel rekenen

informatie en communicatietechnologie (ICT)

 

Daarnaast omvat het onderwijsaanbod wekelijks 2 lestijden godsdienst.

 

 

 

DE INDIVIDUELE BEGELEIDING

 

Soms heeft een kind op een bepaald gebied moeilijkheden die niet uitsluitend in de klas kunnen opgevangen worden. Dan wordt het kind apart genomen en individueel begeleid door een therapeut. Zo kunnen de kinderen met speciale moeilijkheden bij volgende personen komen :

 

Bij de logopedist(e) : voor spraak- en taalstimulatie en voor voorbereidend, beginnend, voortgezet en begrijpend lezen.

 

Bij de ergotherapeut(e) : voor het oefenen van fijne motoriek, schrijven, werkhouding,…

 

Bij de kinesitherapeut(e) : voor algemene motorische stimulatie, evenwicht, houding, spiertraining…

 

Al deze therapieën zijn op elkaar afgestemd.

De verschillende therapeuten werken ook voortdurend samen met de klassen.

Zij werken ook klasondersteunend bij :

taalactiviteiten, maatschappelijk lezen, winkelen, koken (logo)

zwemmen, fietsen, paardrijden (kine)

crea, huishoudelijke activiteiten, schrijfdans (ergo)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HET ZORGTEAM

 

Het zorgteam bestaat uit een ambulante leerkracht, een logopedist, een kinesitherapeut, een ergotherapeut en een zorgcoördinator. Het zorgteam komt wekelijks samen om speciale zorgvragen of tijdelijke problemen vanuit de klas te bespreken en er via individuele begeleiding een antwoord op te geven. Dit kan heel gevarieerd zijn vb. enkele weken extra therapie of individuele hulp tijdens klasactiviteiten tot het probleem opgelost is.

 

 

ONZE SCHOOL : EEN SPORTIEVE SCHOOL

 

ZWEMMEN

 

Elke pedagogische eenheid gaat wekelijks zwemmen. Het zwembad is vlakbij. Voor en na het zwemmen, worden ADL-activiteiten getraind, zoals aan- en uitkleden en douchen. Tijdens de zwemles leert een kind angsten overwinnen, zelfvertrouwen opbouwen en de vertrouwensrelatie met begeleider verstevigen.

 

IJSSCHAATSEN

 

In de wintermaanden) trekken we een aantal namiddagen te voet naar de schaatspiste, met al wie over voldoende motorische mogelijkheden beschikt. IJsschaatsen draagt vooral bij tot een ontwikkeling van evenwicht en coördinatie, waarbij natuurlijk ook durf en (zelf)vertrouwen een hoofdrol spelen.

 

PAARDRIJDEN

 

Een aantal keer per schooljaar gaan we paardrijden met de Dolfijnen. We trainen dan verschillende (psycho)motorische deelgebieden, zoals evenwicht (in 4 richtingen), oog-handcoördinatie, bilaterale coördinatie armen/benen (dissociatie), oriëntatie ruimte en tijd, lateralisatie, relaxatie (fysisch en psychisch), concentratie en zelfvertrouwen.

De paarden worden qua stap en karakter uitgekozen naargelang het niveau van het kind. Op de manege leren ze ook hoe om te gaan met de dieren en ze te verzorgen.

 

 

 

OPENLUCHTKLASSEN

 

Om de 2 jaar organiseert de lagere school openluchtklassen (bos- of zeeklassen).

Voor de medische verzorging is er een verpleegster opgenomen in het team dat de openluchtklassen begeleidt, uiteraard in samenspraak met ouders en medische dienst van het OC.

Op de infoavond (september) wordt de openluchtklas voorgesteld en uitgelegd aan de ouders.

 

Waarom gaan we op openluchtklassen ?

het is een samenspel van opvoeden, vormen en onderwijzen

elke activiteit is voor het kind een ontdekking

kinderen kunnen er ten volle genieten van de natuur

het is een plaats bij uitstek waar groot en klein tot rust komen en een plaats om op een ontspannen manier op adem te komen

deze driedaagse is van onschatbare waarde voor het kind, een verrijkende ervaring

kinderen leren er samen leven, samen spelen, samen eten, ...

 

We kunnen dus gerust stellen dat de openluchtklassen voor elk kind een unieke belevenis zijn!

Om deel te nemen aan de openluchtklassen is er een schriftelijke toelating nodig van de ouders of personen die de ouderlijke macht uitoefenen.

Het is een echte aanrader om uw kind te laten meegaan!